Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

De netwerksamenleving

De herontdekking van actief burgerschap

Datum: 26/10/15

Door: Sasker de Roos


 

De netwerksamenleving laat zich niet zomaar inzetten voor de beleidsdoelen van de overheid en het optuigen van de participatiesamenleving. We hebben te maken met twee ontwikkelingen die elkaar soms zullen versterken en elkaar soms zullen tegenwerken. Alleen wanneer overheden (actieve) burgers op de juiste manier gaan benaderen zullen zij de energie van de netwerksamenleving kunnen inzetten. Soms betekent dit echter dat doelstellingen zullen moeten worden herzien.

 

 

 

De netwerksamenleving

De herontdekking van actief burgerschap heeft deels te maken met het ontstaan van wat de netwerksamenleving is gaan heten. Het idee is dat burgers het heft in eigen handen hebben kunnen nemen omdat de samenleving steeds meer georganiseerd wordt door middel van informele en decentrale netwerken, welke worden ondersteund door de nieuwe (sociale) media.

Hierdoor zouden burgers in staat zijn zich, buiten de overheid om, te organiseren ten behoeve van maatschappelijke vraagstukken. De keerzijde daarvan zou zijn dat de overheid hierdoor de controle verliest over die netwerksamenleving. ‘Project X in Haren’ is daarbij het sprekende doembeeld; de openbare ruimte die wordt overgenomen (en vernield) door jongeren die afkomen op een Facebook uitnodiging die viral ging. Een ander sprekend voorbeeld is de Arabische lente waarin jongeren zich dankzij sociale media konden onttrekken aan de mediacontrole van dictaturen.

 

 

Maar wat verstaan we onder het begrip netwerksamenleving?

Grofweg zijn er drie manieren om invulling te geven aan het begrip ‘netwerksamenleving’.

  1. Allereerst kan deze term verwijzen naar een samenleving die gedomineerd wordt door de ‘social media’. In dit perspectief zouden sociale netwerken zoals Twitter en Facebook voor een heuse revolutie zorgen die samenlevingen over de hele wereld ingrijpend verandert. Door de sociale media zou er in rap tempo een samenleving ontstaan die zich kenmerkt door openheid, decentralisatie en flexibiliteit. Een samenleving die zich op die manier vervolgens onttrekt aan de macht van de staat.
  2. Auteurs zoals Manuel Castells traceren het ontstaan van de netwerksamenleving echter terug tot meerdere oorzaken. In dit perspectief speelde de uitvinding van het internet in op verschillende ontwikkeling zoals de globalisering van de economie en het ontstaan van supranationale instituties en samenwerkingsverbanden tussen staten. Het internet voldeed aan de behoefte om op een andere manier om te springen met informatie, die zich via dit medium sneller en efficiënter kon verspreiden. Volgens Castells bestaat er dus ook niet één soort netwerksamenleving. Voor hem verwijst deze term naar verschillende ontwikkelingen die in elke samenleving net iets anders kunnen samenkomen en afhankelijk van lokale omstandigheden andere effecten teweegbrengen.
  3. Tenslotte kan de term netwerksamenleving verwijzen naar een fundamentele eigenschap van samenlevingen. In het perspectief van Actor-Network Theory (ANT) zijn samenlevingen bijvoorbeeld altijd al netwerken geweest: associaties tussen mensen en niet-menselijke entiteiten. De wijze waarop die netwerken vorm krijgen bepaalt dan vervolgens hoe die samenlevingen functioneren. In dit perspectief gaat het dus om de manier waarop mensen en dingen zich met elkaar verbinden en hoe de samenleving daardoor verschillende (tijdelijke) eigenschappen verwerft. Openheid, ‘decentraliteit’ en flexibiliteit zijn dan het product zijn van een lange geschiedenis van technologische vooruitgang en andere maatschappelijke innovaties. Hierdoor zijn mensen bijvoorbeeld steeds flexibeler geworden in het aangaan van verbindingen met anderen.  Deze technologieën hebben echter niet op iedereen hetzelfde effect. Afhankelijk van de samenstelling van netwerken wordt elk anders beïnvloed door de introductie van nieuwe technologieën. Onderzoek naar de configuratie en dynamiek van netwerken biedt in dit perspectief inzichten die van dienst kunnen zijn in het verder (experimenteel) vormgeven van de samenleving. Opdat die steeds beter de belangen van alle samenwerkingspartners kan behartigen.

 

 

Kortom, van onderop is zich een samenleving aan het ontwikkelen waarin mensen zich steeds meer verbinden in losse, tijdelijke verbanden met een sterk decentraal karakter. Hierdoor kunnen burgers zich makkelijker verenigen in collectieven die zich buiten de traditionele verticale instituties bevinden en zich onttrekken aan de controle mechanismen van de staat.

Deze transformatie is echter verre van compleet en eenduidig, en is maar in beperkte mate te wijten aan de sociale media. De nieuwe communicatie technologieën sluiten slechts aan op ontwikkelingen die reeds onderweg waren, zoals globalisering en individualisering. Sociale media zoals Twitter en Facebook zijn vooral een katalysator in het ontstaan van de netwerksamenleving, in plaats van de belangrijkste oorzaak daarvan.

 

Elkaar aanvullende bewegingen?

Zo bezien staan de participatiesamenleving en netwerksamenleving niet diametraal tegenover elkaar. Ze zijn echter ook niet hetzelfde.  Het is aannemelijk dat de netwerksamenleving zich niet zomaar laat spannen voor de kar van overheden in het streven naar een participatiesamenleving. De netwerken van burgers vormen vaak juist een reactie op het handelen van overheden.

Dankzij het decentrale en flexibele karakter van deze netwerken lukt het individuen dan om de controle mechanismen van de staat te omzeilen. Waardoor er ruimte ontstaat om werkelijke alternatieven te creëren voor de statelijke ambities en organisaties.

 

 

Over het algemeen zullen de netwerken van burgers echter vergelijkbare dingen beogen als de Nederlandse overheid.  Een groot deel van de burgernetwerken onderneemt actie op plaatsen waar de gewenste resultaten van overheidsoptreden uitblijven, of waar overheden misschien wel willen optreden maar dat nog niet financieel aankunnen of politiek aandurven (zoals bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering).

De grootste uitdaging wordt dan ook niet gevormd door het flexibele en decentrale karakter van de burgernetwerken. Overheden die gebruik willen maken van de netwerksamenleving zullen zich eerder stukbijten op de vrijwilligheid en tijdelijkheid van de netwerken waarin burgers zich verenigen. Burgers zijn tot nu toe maar spaarzaam bereid zich in te zetten voor het algemeen belang. Zij tonen zich hiertoe vooral bereid wanneer het gaat om lokale problemen waar zij dagelijks de gevolgen van ondervinden. Wanneer het gaat om grootschalige problemen blijkt hun bijdrage telkens maar zeer beperkt te zijn en ontstaat actief burgerschap vooral uit onvrede. Men haakt dan ook snel af wanneer men het gevoel heeft gehoord te zijn of geconfronteerd wordt met dezelfde onmacht gevoelens als de staat – of zelfs al wanneer men er gewoonweg geen zin meer heeft.

 

Bezuinigingen?

Ondanks de velen mogelijkheden voor zelforganisatie die de technologische ontwikkelen ons hebben geboden lijkt de netwerksamenleving nog niet bereid te zijn de meeste taken over te nemen van de overheid. Tot een werkelijk duurzame inzet vanuit burgers komt het dus maar zelden en zij blijken zich dan ook nog eens te beperken tot de problemen in de eigen leefomgeving waar men zich dagelijks aan ergert en enkele populaire maatschappelijke opgaven zoals armoede en klimaatverandering.

 

De logica van burgernetwerken

Gemeenten die een participatiesamenleving voor ogen hebben moeten dus (nog) niet te veel verwachten van de netwerksamenleving. Zij zullen bij het vormgeven van een participatiesamenleving dan ook fors moeten inzetten op een bestendiging van burgernetwerken en een verbreding van de onderwerpen waar zij op inspringen.

Daarbij is het echter van groot belang dat de overheid intervenieert volgens de logica van de burgernetwerken. Gemeenten zullen burgernetwerken namelijk niet zomaar voor elke ambitie kunnen inzetten. Alleen wanneer inwoners zich herkennen in een probleem, zich verantwoordelijk voelen daar wat aan te doen en het hen lukt om tot een gemeenschappelijke oplossing te komen, zullen burgers bereid zijn zich actief in te zetten. Individuen verenigen zich in netwerken omdat zij dat willen, niet omdat hun gemeente dat wil.

 

 

Voordat burgers bepaalde verantwoordelijkheden op zich gaan nemen zal er daarom eerst of een hoop fout moeten gaan (met alle gevolgen van dien) of zal men veel moeten investeren in het stimuleren, ondersteunen en overtuigen van onwillige, onhandige en soms eigenwijze individuen. Als gemeenten willen bezuinigen middels verantwoordelijkheidsverschuivingen richting inwoners dan zouden dit wel eens kostbare ambities kunnen gaan worden.

Uiteindelijk zal dit betekenen dat inwoners via een verregaande democratisering van het beleidsproces in staat worden gesteld om zelf te komen tot probleemdefinities, doelstellingen en oplossingsstrategieën.

 

Wat vraagt de netwerksamenleving van de gemeente? 

Dat de gemeente zich verdiept in de logica van netwerkverbanden en dat houdt in dat zij:

  • empathie ontwikkelt voor hoe burgernetwerken werken.
  • burgerinitiatieven niet veralgemeniseert naar alle inwoners! De netwerksamenleving is niet zo maar om te vormen naar een gewenste participatiesamenleving.
  • zoekt naar bestendiging en verbreding van zich ontwikkelende netwerkverbanden.
  • binnen alle gremia netwerkers en voelsprieten inzet, die (gecoördineerd) zicht houden op zich ontwikkelende burgerinitiatieven.
  • snel kan schakelen en flexibiliteit en maatwerk kan toepassen, gezien het spontane en fluïde karakter van burgernetwerkverbanden.

 

In het volgende blog komen de bovengenoemde punten aan de orde, waar we nader ingaan op hoe gemeenten kunnen aansluiten op de netwerksamenleving en wat dat betekent voor onze representatieve democratie.

Wil je op de hoogte worden gehouden van nieuwe blogs? Volg ons op LinkedIn

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?