Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

Is dat vertrouwen wel nodig?

Datum: 02/08/2016

Door: Sasker de Roos


 

Velen beweren dat vertrouwen noodzakelijk is voor een productieve samenwerking. Maar is dit wel zo? Vertrouwen is zeker een handige basis voor samenwerking. Kun je een samenwerkingspartner vertrouwen dan is het niet nodig veel tijd en geld te steken in controle. Je kan er immers vanuit gaan dat hij zijn bijdrage zal leveren. Zou je echter alleen kunnen samenwerken met mensen die je vertrouwt dan ben je zeer beperkt in de mogelijke samenwerkingsverbanden die je aan kunt gaan.

Vertrouwen is tenslotte iets dat hoort bij langdurige persoonlijke relaties zoals die met familie en vrienden. Vertrouwen is iets dat langzaam moet groeien gedurende vele interacties waarin je de ander leert kennen en als individu gaat waarderen. Over het algemeen hebben mensen dergelijke relaties niet met vertegenwoordigers van andere gemeenten, bewonersinitiatieven of maatschappelijke instellingen. Zij zullen het dus van iets anders moeten hebben.

 

 

Betrouwen

Maar waarom hamert menig deskundige op het gebied van samenwerking er dan op dat vertrouwen zo belangrijk is? Als we kijken naar het Engelse begrip ‘trust’ en de verwante begrippen ‘trustworthiness’ en ‘reliability’ dan wordt dat wellicht duidelijk. Deze begrippen zijn namelijk te vertalen als ‘vertrouwen’ ‘vertrouwbaarheid’ en ‘betrouwbaarheid’. Gaat het er bij samenwerken om dat de ander ‘vertrouwbaar’ is, of veel meer dat hij betrouwbaar is?

In een vertrouwensrelatie weten partners van elkaar dat zij elkaars belangen ter harte nemen. Oftewel, dat ze intrinsiek gemotiveerd zijn om zich in te zetten voor elkaar. In bijvoorbeeld een goed huwelijk weten de liefdespartners van elkaar dat zij beide hun best doen het leven van de ander te verrijken, ook als dit soms ten koste gaat van het eigen welzijn.

 

 

 

Bij samenwerking tussen gemeenten volstaat men in de meeste gevallen met de tweede optie: betrouwbaarheid. In een ‘betrouwensrelatie’ ontbreekt wellicht de betrokkenheid op het individu en de opofferingsgezindheid van een liefdesrelatie of bijvoorbeeld in een hechte vriendschap. Maar de partners kunnen er wel vanuit gaan dat de ander ten minste een extrinsieke motivatie heeft om een betrouwbare partner te zijn en om zijn afspraken na te komen. Of dit nu uit eigenbelang is, uit angst voor repercussies is of vanwege iets anders.

Het maakt voor de samenwerking tussen gemeenten namelijk niet uit waarom de ander de afspraken nakomt, zolang dat maar gebeurt. Meer is er namelijk niet nodig om samen te werken. Samenwerking doe je namelijk omdat je een belang hebt in de samenwerking, omdat daaruit iets tot stand komt. Dan is het slechts nodig om te weten dat de ander zijn afspraken nakomt, zodat je er op kan ‘betrouwen’ dat aan jouw redenen om samen te werken zal worden voldaan.

 

Het probleem van collectief handelen…

Juridische regelingen zijn zo bezien een van de manieren om het ‘betrouwen’ te creëren dat nodig is voor samenwerking. Zij veranderen namelijk de belangenstructuur van de samenwerkingspartners zo dat het voor hen erg kostbaar wordt om de afspraken niet na te komen. Wanneer je een hoge boete krijgt als je de afspraken niet nakomt dan is het vaak voordeliger om toch wel te investeren in de samenwerking en daar niet alleen de vruchten van te plukken. Om het in spel-theoretische termen te zeggen: de belangenstructuur verandert zo dat defecteren meer kost dan het oplevert. Het is dan altijd voordeliger om te coöpereren.

 

 

Het is echter niet makkelijk altijd een juridische vorm te vinden die bindend is en tegelijkertijd de samenwerking niet bemoeilijkt. Gelukkig biedt de geschiedenis een scala aan andere methoden om dit probleem van collectief handelen op te lossen. Zo bestaat er een enorme bibliotheek aan onderzoeken naar gemeenschappen met collectieve regelingen die het handelen van individuen sturen zonder tussenkomst van een door een geweldsmonopolie gesteunde rechter.

Denk bijvoorbeeld aan de uiteenlopende oplossingen die verzonnen zijn om het collectief gebruik van de meenten te regelen (zie bijvoorbeeld de principes van Ostrom). Of de mechanismes die worden ingezet op internetsites en apps zoals Airbnb, Uber of Peerby, die onder andere gebruik maken van het reputatie mechanisme.

Op dergelijke sites hebben individuen een belang om hun gasten, klanten en gebruikers te bieden wat ze beloven. Heeft iemand die een huis huurt een slechte ervaring, dan kan hij of zij een slechte review schrijven. Hetgeen de reputatie van de verhuurder schaadt en zo de kans kleiner maakt dat een volgende huurder voor zijn of haar huis zal kiezen. Deze angst voor reputatieschade is dan voldoende reden om een betrouwbare verhuurder te zijn en de beloften uit de advertentie daadwerkelijk na te komen.

Hetzelfde geldt uiteraard voor de huurder die ook de volgende vakantie weer een huisje wil huren via dezelfde site. Hij of zij zal het huis netjes achterlaten om een goede review te krijgen van de verhuurder.

 

… vraagt om sociale structuur

In situaties waarin vertrouwensrelaties ontbreken of moeilijk zijn op te bouwen bieden ook andere institutionele vormen dus een uitkomst. Wat dat betreft is betrouwbaarheid in vele gevallen iets ‘sociaals’. Soms garanderen staat en recht dat de ander zijn afspraken zal nakomen, soms zijn dat andere sociale systemen zoals websites of netwerken die informatie verspreiden en sociale druk weten uit te oefenen.

 

 

Voordat men een samenwerkingsverband vastlegt in een juridische vorm is het raadzaam de andere alternatieven te verkennen. Deze focussen namelijk minder op het uitsluiten van risico’s en controle achteraf, dan op het sociale netwerk dat de samenwerking kan faciliteren en mogelijkheden biedt.

Een goede analyse van de belangen die in het geding zijn en de bestaande sociale structuren die daaraan ten grondslag liggen is dan behulpzaam in het selecteren van het juiste alternatief. Weet jij wat de belangen van jouw samenwerkingspartner zijn, dan kun je voorspellen hoe zij zich in bepaalde situaties gaat gedragen en, wanneer nodig, nagaan hoe die belangen kunnen worden veranderd door een aanpassing aan de sociale structuur.

 

Maar is die verandering in belangenstructuur wel altijd nodig?

Vaak zal uit de analyse van belangen echter blijken dat de ander evenveel belang heeft bij de samenwerking als jouw organisatie. In de meeste gevallen ontstaat bij gemeenten de behoefte aan samenwerking vanuit het besef van aanhoudende afhankelijkheden. 

 

 

Dat jij je bewust bent van deze afhankelijkheden maakt de kans groot dat de ander zich daar ook bewust van is en dezelfde keuzes zal maken. De ander zal daardoor, ook bij het ontbreken van institutionele garanties, gemotiveerd zijn om voor jouw een betrouwbare partner te zijn, net zoals jouw organisatie. Ook in de toekomst wil de ander kunnen blijven profiteren van een gezamenlijke aanpak van kansen en problemen.

Uiteraard is het dan wel belangrijk goede afspraken te maken. Jouw organisatiebelangen zullen in de details ongetwijfeld verschillen van de belangen van de ander. Ben je daar eerlijk over en maak je goede afspraken over het verloop en bijvoorbeeld de beëindiging van het samenwerkingsverband, dan hoeft dit echter weinig problemen op te leveren.

Wil je op de hoogte worden gehouden van nieuwe blogs? Volg ons op LinkedIn

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?